Lotte merkt op dat de letter ‘L’ plotseling verdwijnt uit haar boeken, haar naam en zelfs uit de straatnamen! Samen met haar sprekende potlood gaat ze op zoek naar de verdwenen letter en leert ze onderweg hoe belangrijk taal en verbeelding zijn.
Het verhaal
Hoofdstuk 1: Een Heel Vreemde Ochtend
Lotte werd wakker in haar kleine kamer waar de muren vol zaten met vrolijke tekeningen. Ze rekte zich uit en keek naar het naamplaatje op haar kast. Ze knipperde met haar ogen. Er klopte iets niet. Er stond niet Lotte, maar otte. Ze keek nog eens goed. De eerste letter was weg.
“Dat kan niet,” fluisterde ze zacht. Ze pakte haar favoriete boek van de plank. Het heette normaal Luna en de Lianen. Nu stond er una en de ianen. Lotte voelde een koude rilling door haar buik gaan. Ze blies tegen het boek alsof dat iets zou veranderen. Maar de letter kwam niet terug.
Ze holde naar beneden waar mama het ontbijt klaarmaakte. De pot met jam stond op tafel. Op het etiket stond aardbeienjam maar zonder de eerste letter van het woord. Mama merkte niets. “Alles goed, Lotte?” vroeg ze.
Lotte knikte langzaam. “Ik denk dat er iets raars gebeurt. De letter die aan het begin van mijn naam hoort is ineens weg.”
Mama lachte zacht. “Misschien moet je nog wakker worden.”
Maar Lotte wist zeker dat het geen droom was.
Ze rende terug naar haar kamer en trok haar tekendoos open. Daar lag haar sprekende potlood. Dat potlood had ze ooit gekregen van tante Roos die overal ter wereld verhalen verzamelde. Ze had gezegd dat dit potlood alleen ging praten als er iets bijzonders gebeurde.
En precies op dat moment sprong het potlood rechtop. “Nou, dat werd tijd,” zei het met een piepend stemmetje. “We hebben een groot probleem.”
Lotte ging zitten. “Jij ziet het ook?”
“Zeker,” zei het potlood. “De eerste letter van jouw naam is verdwenen. En ik denk dat hij niet alleen bij jou weg is. We moeten op onderzoek uit.”
Hoofdstuk 2: De Straat Zonder Naam
Lotte trok haar jas aan en stopte het potlood in de zak. Ze liep naar buiten waar de zon zacht scheen. Normaal stond er op de hoek een bord met de naam van de straat. Nu was het een leeg bord. Alleen een wit vlak.
“Zie je nou wel,” fluisterde Lotte. “Zelfs het bord mist de letter.”
Het potlood stak zijn punt uit haar zak. “Ik denk dat iemand de letter heeft weggehaald. Misschien expres. Misschien per ongeluk. Maar het is onze taak om hem terug te vinden.”
Ze liepen verder door de straat. Op het raam van de bakker stond nooit de akker. Het was een gek gezicht. Lotte vroeg aan de bakker of hij iets vreemds had gezien. De bakker keek haar verbaasd aan. Hij merkte niets en zag alleen zijn broodjes. “Misschien heb je meer fantasie dan goed voor je is,” zei hij vriendelijk.
Maar Lotte wist beter. Ze luisterde naar het potlood. “Letters horen overal om ons heen te zijn,” zei het. “Ze vormen woorden en woorden vormen verhalen. Zonder letters verdwijnt alles wat mensen willen zeggen.”
Lotte voelde zich ineens heel dapper. “Dan gaan wij de letter redden. Hoe beginnen we?”
Het potlood tikte met zijn punt tegen haar hand. “We volgen de sporen. Letters verdwijnen nooit zonder aanwijzingen.”
Hoofdstuk 3: Het Fluisterende Bos
Bij de rand van het bos hoorde Lotte een zacht geritsel. De bomen stonden stil, maar de lucht leek gevuld met fluisteringen. Het potlood spitste zijn denkbeeldige oren. “Hier gebeurt iets. Letters houden van stilte. Hier kunnen ze zich verstoppen.”
Ze liepen het bos in. De paden waren bezaaid met bladeren die krulden als oude pagina’s van een boek. Lotte bukte en zag dat op sommige bladeren kleine stukjes stonden die vroeger letters waren. Maar de eerste letter van haar naam ontbrak nog steeds.
Verderop stond een oud houten bord dat normaal Lindepad heette. Nu stond er indepad. Lotte zuchtte diep. “We zijn op de goede plek.”
Plots sprong er een kleine eekhoorn uit een struik. Hij had een rood staartje en droeg een klein notenmandje. “Zoeken jullie iets?” vroeg hij vrolijk.
“Ja,” zei Lotte. “De letter die bij mijn naam hoort.”
De eekhoorn dacht even na. “Ik heb een vreemd figuurtje gezien. Hij leek op een krom stokje met een bocht bovenaan. Hij rende door het bos. Hij zag er bang uit. Misschien was dat jullie letter.”
“Dat is hem,” zei Lotte. “We moeten hem vinden. Dank je wel.”
Ze volgden de aanwijzing. De bomen leken dichter bij elkaar te staan. De schaduwen werden langer. Lotte pakte het potlood stevig vast. “Ben je nog bij me?”
“Altijd,” zei het potlood. “Letters zijn soms bang. Soms lopen ze weg omdat ze denken dat niemand ze nog nodig heeft.”
“Maar ik heb hem wel nodig,” zei Lotte zacht.
Hoofdstuk 4: De Woordenwolk
Het pad kwam uit op een open veld waar een grote wolk hing. Het was geen gewone wolk. Hij bestond uit zwevende woorden. Sommige woorden waren vrolijk. Andere woorden waren half verdwenen. De wolk zuchtte zacht en liet losse stukjes letters vallen.
Lotte keek omhoog. “Wat is dit?”
“Dit is de woordenwolk,” zei het potlood. “Hij bewaart verhalen van iedereen. Maar als letters verdwijnen raakt hij in de war.”
Een diepe brom klonk uit de wolk. “Wie stoort mijn rust?”
“Ik ben Lotte,” riep ze. “En ik zoek de letter die aan het begin van mijn naam hoort.”
De wolk rolde een beetje heen en weer. “Ik heb hem gezien. Hij zei dat niemand hem nog belangrijk vond. Hij zweefde naar het diepe dal.”
“Waarom dacht hij dat?” vroeg Lotte.
“Omdat sommige mensen minder aandacht geven aan letters. Ze vergeten hoe bijzonder ze zijn. Dan raken letters hun moed kwijt.”
Lotte voelde een steekje in haar hart. “Dan moet ik hem laten zien dat hij wel belangrijk is.”
De wolk glimde. “Ga dan naar het dal. Maar pas op. Een droevige wind waait daar. Hij kan woorden uit elkaar trekken.”
Lotte knikte. Ze voelde spanning maar ook moed. Het potlood zat stevig in haar hand. Samen liepen ze verder.
Hoofdstuk 5: Het Dal van Verloren Tekens
Het dal was stil. De lucht leek zwaar. In de verte zag Lotte kleine vormen zweven. Ze leken op losse letters die traag door de lucht gleden. Ze zagen er moe uit.
“Daar is hij,” fluisterde het potlood.
Lotte zag hem. Een kleine letter die zachtjes trilde. Het was de letter die bij haar naam hoorde. Hij keek somber.
Lotte liep langzaam naar hem toe. “Hallo,” zei ze zacht. “Ik ben je kwijt geraakt.”
De letter draaide zich om. “Niemand heeft mij nodig. Mensen vergeten mij. Ik val op en toch zien ze me niet.”
Lotte knielde neer. “Dat klopt niet. Ik heb je nodig. Zonder jou ben ik niet compleet. Mijn naam voelt leeg zonder jou. Mijn verhalen voelen minder warm. En woorden verliezen hun kracht als jij er niet bent.”
De letter wiebelde onzeker. “Men zegt dat ik lastig ben. Dat ik ergens voor sta wat niet altijd nodig is.”
“Dat is niet waar,” zei Lotte. “Je maakt mijn naam vrolijk. Je maakt liedjes speels. Je maakt zinnen helder. Jij bent mijn begin.”
Het potlood voegde zich erbij. “Iedere letter heeft een plek. Zonder jou zijn woorden niet meer heel.”
De letter straalde langzaam. “Denk je dat ik terug kan?”
“Natuurlijk,” zei Lotte. “Ik draag je met me mee. Je hoort bij mij.”
Hoofdstuk 6: De Terugkeer van de Letter
Samen liepen ze terug naar het bos. De lucht werd lichter. De woordenwolk glimde toen ze voorbij kwamen. “Goed gedaan,” ruiste hij. “Je hebt laten zien hoe mooi taal kan zijn.”
De eekhoorn zwaaide vrolijk. De bomen fluisterden. Het pad voelde veilig.
In de straat zag Lotte dat de borden hun glans terug kregen. De namen stonden weer duidelijk te lezen. De winkels hadden weer hun echte woorden. De wereld voelde compleet.
Lotte keek naar haar naamplaatje toen ze terug thuis was. En daar stond het weer. De eerste letter glansde alsof hij blij was.
Het potlood sprong nog even. “Je hebt het goed gedaan. Je hebt een letter gered en geleerd dat taal leeft. Letters voelen zich belangrijk als mensen ze waarderen.”
Lotte glimlachte. “Ik zal altijd goed voor letters zorgen. Ik zal lezen en schrijven. Ik zal verhalen maken. Want elke letter is een stukje van de wereld.”
Ze ging aan haar bureau zitten. Ze schreef haar naam. Niet één keer. Niet twee keer. Maar wel tien keer. Elke keer voelde ze hoe bijzonder taal was. En hoe veel verhalen er nog in haar hoofd wachtten.
En de letter straalde zacht terwijl Lotte schreef.